Op 22 april i947 besloten B. en W. 'in voormalige  hét Vijverpark een kruis met gedenksteen op te richten ter nagedachtenis van hen die in de jaren 1940-1945 vielen.

Men vond dit echter een onvolkomen eerbewijs  aan de gevallenen. Dat in 1949 werd er een comité Verzetsmonument gevormd, dat de voor het oprichten van een monument benodigde gelden vrij spoedig bijeen wist te brengen. De gemeenteraad keurde op7 februari 1951 het gasthuisplein goed als plaats voor het monument. Daar was verzet tegen en vond de plaatsing van. "het monument in het Vijverpark, voor het daar staande gedachtekruis plaatst .Omtrent  de vorm van het monument was de goedkeuring nodig van de staats secretaris van het onderwijs kunsten en wetenschappen .En deze keurde het besluit van 9 april 1951 het door beeldhouwer A.DE Brouwer ontworpen monument goed het werd op 4 mei 1951 onthulden later door de gemeenteraad als schenking aanvaard Het monument is als eindpunt van de jaarlijkse stille tocht op 4 mei.

In verband met het Malboro-plan (de realisering van het Vendorado-project) moest het monument in juli 1988 worden verplaatst naar de Van Lennepweg.

Het monument

Vorm en materiaal

Het verzetsmonument in Zandvoort bestaat uit vijf natuurstenen blokken met de emblemen van de zee-, land- en luchtmacht. Op het middelste blok is in reliëf een stervende mannenfiguur aangebracht, die met zijn laatste krachten de vlag omhoog tracht te houden. De vlag raakt daarbij wel zijn voet, maar niet de grond. Hij geeft de vlag door aan een kind. Achter dit blok staat een houten kruis.

Teksten

De tekst onder het reliëf luidt:

'DEN VADERLANT GHETROUWE.'

De tekst op het kruis luidt:

'AAN HEN DIE VIELEN mei  1940-1945 

Joods monument

Het 'Joods monument' in Zandvoort is opgericht ter nagedachtenis aan de in de Tweede Wereldoorlog verwoeste synagoge.

De synagoge, die vanaf 1922 op de hoek van de Jacob van Heemskerckstraat en de Dr. Joh. G. Mezgerstraat stond, werd in de nacht van 4 op 5 augustus 1940 verwoest. De Israëlitische gemeente heeft daarna nog enige tijd haar godsdienst in een particulier huis aan de Kostverlorenstraat uitgeoefend. Vermoedelijk is daarbij gebruik gemaakt van uit de synagoge afkomstige, nog bruikbare, inventaris.

Oprichting
In april 1985 is de suggestie gedaan om een kunstwerk te vervaardigen dat een herinnering kon zijn aan de grote groep Joodse ingezetenen die het slachtoffer werd van de bezettende macht. De plaats waar de synagoge gestaan heeft, zou zeer geschikt zijn. In juni 1987 werden een aantal Joodse burgers gepolst die in de periode 1940-1945 in Zandvoort verbleven. Hoewel er waardering was voor de geste, stond men afwijzend tegenover de gedachte. Besloten werd toen het project niet voort te zetten. In 1989 werd alsnog een plaquette geplaatst ter herinnering aan de synagoge. Het gedenkteken is schuin op de hoek van de Jacob van Heemskerckstraat en de Dr. Joh. G. Mezgerstraat geplaatst. 


Monument krant 1947

Ongeveer zestig genodigden waren Zaterdagmiddag in de raadzaal verenigd om de onthulling van een gedenksteen, voorstellende de vernietiging en de wederopbouw van Zandvoort, bij te wonen. Aanwezig waren o.m. vertegenwoordigers van het Ministerie van de Wederopbouw en het Ministerie van Onderwijs,' Kunsten en Wetenschappen, nagenoeg alle leden van de gemeenteraad, ir. Friedhoff, Mevr. Limpers, de architect Stevens, vertegenwoordigers van het plaatselijk wederopbouwbureau en verschillende hoofden van takken van dienst. Burgemeester H. van Alphen sprak namens het gemeentebestuur zijn verheugenis uit over de gedeeltelijke opbouw van de badplaats en besprak uitvoerig de z.g. dorre cijfers van de verwoestingen, doch ook de cijfers van de opbouwkosten. " (Een uitvoerig overzicht vindt U elders in dit blad). Spreker sprak de wens uit, dat aan Zandvoort in verband met de vreemdelingenindustrie binnenkort nog meerdere hotels en pensions- zullen worden toegewezen, omdat een groot deel van de arbeidende bevolking hét van het vreemdelingenverkeer moet hebben. Dank werd gebracht aan het Ministerie van de Wederopbouw, dat met zeer vele moeilijkheden te kampen heeft gehad (en nog heeft!) doch dank zij deze hulp zal Zandvoort binn>en een vrij kort tijdsbestek weer een vredig aanzien krijgen, hoewel de lichte en zware oorlogsschade reeds nagenoeg hersteld is. Nu is de opbouw aan de beurt ! ' Reeds na de eerste wereldoorlog was het moeilijk weinig' onder velen te verdelen en thans staat het Ministerie ,van de Wederopbouw weer voor hetzelfde feit, hoewel het voor de buitenstaanders een „lauw kunstje" is om maar goed op alle maatregelen af te geven. Zandvoort erkent dat er nog vele gemeenten zijn, die er nog veel slechter zijn afgekomen, ook nog wat mensenlevens betreft; recht op mopperen heeft men derhalve niet! De hertaxaties zijn niet meegevallen, vooral nu de bouwkosten ongeveer 3 a 4 maal duurder zijn dan voor de oorlog. Uitvoerig besprak de burgemeester, voorts de totstandkoming van de gedeeltelijke afbraak van de badplaats. In 1942 werden verschillende burgemeesters bij een zekere Muller geroepen, die namens Seyss Inquart de opdracht gaf. dat binnen enkele weken grote huizenblokken gesloopt moesten worden. Burgemeester v. Alphen verdween naar Velp en kwam daar toevallig In aanraking met ir. Dufour. Er werd over Zandvoort gesproken en onmiddellijk rijpte het plan om met Ir. Priedhoff een plan voor de wederopbouw van Zandvoort te maken. In Haarlem kwam een z.g. „Zandvoort kamer" die recht tegenover de kamer van de Commissaris van de Provincie was gelegen Doch door deze voorbereidende maatregelen was de badplaats direct na de oorlog in staat om d e plannen tot uitvoering te brengen Het gezelschap begaf zich vervolgens'naar het Gasthuisplein, alwaar de onthulling van de gedenksteen, vervaardigd door de beeldhouwster mevr. Limpers in opdracht van de Rijkscommissie voor aankoop van kunstwerken en opdrachten aan kunstenaars, plaats Vond. Burgemeester van Alphen - heette een ieder — de belangstelling van het publiek was vry groot — op de drempel van een herrijzend Zandvoort weikom, doch vooral de vertegenwoordigers van de ministeries. Zandvoort Is heus niet de eerste op dit gebied, maar late haver komt ook op! Spreker was dankbaar, dat hij op zijn levensavond nog aan deze opbouw* heeft mogen meewerken. Nadat de heer Hildo Krop de prachtige denksteen van mevr. Limpers had onthuld, sprak tenslotte de voorzitter van de woningbouwvereniging „Een

dracht maakt macht", wethouder  van der Moolen, die het een zeer belangrijke dag voor de volkshuisvesting van Zandvoort vond.'De 27 woningen voor de ouden van dagen en de 14 arbeiderswoningen zijn het begin, doch een 200 woningen zullen binnenkort nog volgen. Veel ellende zal in de toekomst kunnen worden voorkomen, indien de' woningnood wordt opgeheven. Spr. bracht vooral dank aan de officiële instanties, zoals de wederopbouw en de gemeenteraad, doch eveneens aan burgemeester van Alphen/ ü-. Dufour, en ir. Priedhoff, die in de oorlogsjaren reeds voor Zandvoort' plannen ontworpen hadden. ' Ten raadhuis  werd na bezichtiging van de huizenblokken het gezelschap een kopje thee aangeboden. ' Rest me nog te vermelden, dat verschillende winkelstraten met vlaggen waren versierd en dat de Zandvoortse' Muziekkapel op het Tramplein, een concert gaf. J.G.B.

MONUMENT DE PATRIOT


Het populaire blad voor het rayon Haarlem
Om aan de toenemende vraag te kunnen voldoen werd het blad vanaf 1 november 1944 in samenwerking met Cor de Vries gestencild, vanaf toen werd de naam 'De kleine PATRIOT' gebruikt. De ondertitel 'Het populaire blad voor het rayon Haarlem' was bedoeld om de bezetter niet direct op het spoor in Zandvoort te zetten. Vanaf 1 januari 1945 tekende Jac. van den Bos elke dag een ander kop voor het blad, vele karikaturen en landkaartjes om de front situaties duidelijk te maken. Jac. van den Bos , een neef van Arend Bos en ondergedoken in Haarlem, was na de Sinterklaas razzia in die stad met een door Cees Kuyper "verzorgt" Ausweis, naar Zandvoort gekomen. Op 28 november daarvoor, ontsnapten de vervaardigers van het blad nog net, daar zij bij de elders in deze aflevering aangehaalde razzia, waarbij de Duitsers van huis tot huis trokken, nog niet aan de vervaardiging van het blad begonnen
waren